Liefde voor de profeet Mohammed vzmh

Vertaald en bewerkt door Oem Sayfuddien

Vele metgezellen (moge Allah tevreden zijn met hen) zeiden vaak: “Moge mijn vader en moeder voor u geofferd worden!” Ze zeiden deze woorden niet alleen, maar ze meenden ze ook. Degenen die hem (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) kenden, voelden dit werkelijk voor hem en ze hadden het niet beter kunnen verwoorden.

De liefde voor Allah de Verhevene en Zijn laatste boodschapper (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) is de grootste deugd van de moslim. Allah Ta'aala zond hem als een genade voor de werelden. Hij was de meest nobele onder de mensen, degene die het meest van Allah hield en Hem het meest vreesde. Hij was degene die de meeste kennis over Allah bezat. Hij was de meest genadevolle en erbarmelijke (van de mensen) voor de schepsels van Allah, de leider der profeten, Moh'ammed ibn ‘Abdillaah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem). Moge ik zelf, mijn vader en mijn moeder voor hem geofferd worden!

Omdat dit een heel breed onderwerp is, korten wij dit met de volgende beknopte bespreking in en geven wij er in het licht van de Qor-aanverzen en de profetische overleveringen een snelle glimp op.

Houd meer van hem dan van jezelf

Om de centraliteit en het belang van de liefde voor de boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) te begrijpen, zou het voor ons voldoende moeten zijn om te weten dat het geloof van een persoon niet compleet is totdat diegene meer van hem houdt dan van zichzelf. Allah Ta'aala zegt: “De profeet is de gelovigen meer nabij dan zij zichzelf…” [Soerat al-Ah'zaab (33), aayah 6.]

De geliefde en waarheidsgetrouwe boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) heeft gezegd: “Bij Degene in Wiens Handen mijn ziel is, niemand van jullie zal werkelijk geloven totdat ik hem geliefder ben dan zijn vader en zoon.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)

In een andere overlevering staat dat hij (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) heeft gezegd: “Niemand van jullie gelooft totdat hij meer van mij houdt dan van zichzelf.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)

In weer een andere overlevering staat: “Niemand van jullie zal werkelijk geloven totdat ik hem geliefder ben dan zijn familie, zijn bezittingen en alle mensen.” (Overgeleverd door Moeslim.)

De volgende h'adieth maakt het zelfs nog duidelijker dat de liefde voor Allah de Verhevene en Zijn boodschapper (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) de hoofdindicator voor oprecht en juist geloof is: “Er zijn drie kwaliteiten, als deze in iemand gevonden worden, heeft hij de zoetheid van het geloof geproefd: dat Allah en Zijn boodschapper hem meer geliefd zijn dan al het andere, dat hij enkel omwille van Allah van zijn broeder houdt en dat zijn afkeer om in ongeloof terug te keren net zo groot is als zijn afkeer om in het Vuur te worden gegooid.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie en Moeslim.)

‘Oemar ibnoe l-Khattaab (moge Allah tevreden zijn met hem) zei tegen de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem): “O boodschapper van Allah! U bent mij geliefder dan alles behalve mezelf.” De boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zei tegen hem: “Nee, bij Degene in Wiens Hand mijn ziel is, niet totdat ik bij jou geliefder ben dan jezelf." ‘Oemar zweeg, dacht even na en zei toen tegen hem: “Bij Allah, nu bent u mij geliefder dan mezelf.” De boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zei toen tegen hem dat hij nu het complete geloof had bereikt.

Moslims die de zoetheid van het geloof hebben geproefd, hebben altijd al zoveel en zo intens van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) gehouden, dat alleen al het horen van zijn gezegende naam zorgde voor tranen in hun ogen. Imaam Dja'far as-Saadiq werd altijd bleek wanneer zijn naam werd genoemd. Uit liefde en respect voor de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) vertelde imaam Maalik nooit een overlevering van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) behalve in een staat van rituele reinheid. ‘Abdoer-Rah'maan, de achterkleinzoon van Aboe Bakr as-Siddieq, werd altijd rood en begon te stotteren als de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) werd genoemd. Wanneer er een h'adieth van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) werd verteld, verzachtten zij het geluid van hun stemmen. Imaam Maalik heeft gezegd: “De eerbied voor hem (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) is na zijn dood niet minder geworden dan tijdens zijn leven.”


Het kennen van hem (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) betekent intens van hem houden

Degenen die de boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zagen en kenden, hielden onmiddellijk van hem. Zijn metgezellen verkozen hem boven al het andere in de wereld. De boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) was eens met zijn metgezellen uitgerukt voor een expeditie. De leider van de hypocrieten in Medinah, ‘Abdoellaah ibn Oebayy, die voor de gezegende komst van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) de koning van Medinah wilde worden, begon een plan te beramen en zei dat wanneer de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) terug zou komen, de eervolle (duidend op zichzelf), degene die laag in rang is (duidend op de profeet) uit Medinah zou verdrijven. Zijn jonge zoon ‘Abdoellaah was een ware gelovige en daarom dus ook een ware liefhebber van de boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem). Ondanks het feit dat hij erom bekend stond veel van zijn vader te houden, konden zijn prioriteiten niet duidelijker zijn. De hypocriet verliet Medinah toen. De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) keerde in zijn afwezigheid terug en kreeg te horen wat hij had gezegd. Toen ‘Abdoellaah deze laster hoorde, sneed hij zijn vader in de buitenwijken van Medinah de weg af. Terwijl hij zijn zwaard greep, zei hij vastberaden: “Bij Allah, jij bent degene die laag in rang is en de boodschapper van Allah is de eervolle, en jij zult geen voet in Medinah zetten totdat hij jou toestemming verleent!” De hypocriet was met stomheid geslagen. De genadevolle profeet verleende de hypocriet toen toestemming om de stad binnen te gaan.” (Overgeleverd door Ah'med en at-Tirmidzie.)

Voordat hij de Islaam accepteerde, was Aboe Soefyaan ibn H'arb een aartsvijand van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem). Zijn dochter, Oemm H'abiebah, was een moslima en een vrouw van de profeet. Aboe Soefyaan ging eens op bezoek bij zijn dochter in Medinah. Toen hij op het punt stond om te gaan zitten op een kleedje dat toebehoorde aan de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem), trok zij het weg en rolde het op. Aboe Soefyaan was geschokt en zei: “O mijn dochter! Ik weet niet of jij vindt dat dat kleedje te goed is voor mij, of dat ik te goed ben voor dat kleedje! Zij antwoordde: “Dit kleedje behoort toe aan de profeet en jij bent een onreine polytheïst!” (Overgeleverd door at-Tabarie.)

Toen Bilaal ibn Rabaah', de Abessijnse metgezel van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem), zich op zijn sterfbed bevond, jammerde zijn vrouw om zijn naderende dood en zei: “O, wat een droefenis!” Hij zei: “Nee, wat een vreugde! Morgen zal ik mijn geliefden zien en ontmoeten: Moh'ammed en zijn metgezellen.”

Toen Zayd ibn Dathnah, een metgezel van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem), Medinah uit werd gesleept om door de Qoeraysh te worden onthoofd, zei Aboe Soefyaan - hun leider - tegen hem: “Ik vraag jou bij Allah, zou je op dit moment niet willen dat je bij jouw familie zou zijn en dat het Moh'ammed zou zijn (door wiens leerstellingen jij je nu in deze situatie bevindt) die door ons gevangen was genomen en onthoofd zou worden?” Zayd zei: “Bij Allah, ik zou liever willen dat ik (hier geslacht zou worden en) niet bij mijn familie zou zijn, dan dat een doorn Mo'hammed in zijn huis kwaad zou doen.” Aboe Soefyaan riep toen uit: “Ik heb nooit mensen zoveel van iemand zien houden zoals zijn metgezellen van Moh'ammed houden!”

De liefde voor hem beperkte zich niet tot de vromen en de godvruchtigen, ook de zondige gelovigen hielden van hem (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem). Een man gaf zich veel over aan wijn drinken en werd daar ook vaak voor gestraft. Toen hij op een dag naar de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) werd gebracht, gaf hij opdracht om hem te straffen en hij werd gestraft. Een van de aanwezigen zei: “Moge Allah deze man vervloeken. Hoe vaak wordt hij wel niet gebracht!” De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zei: “Vervloek hem niet. Bij Allah, ik weet dat hij houdt van Allah en Zijn boodschapper.” (Overgeleverd door al--Boekhaarie.)

Het verkrijgen van zijn gezelschap in het Paradijs

De liefde voor de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) was zo sterk gevestigd in de harten van zijn nobele metgezellen, dat zij nooit genoeg van zijn gezelschap konden krijgen. Sommigen waren zeer bezorgd dat zij hem niet in het Hiernamaals zouden kunnen zien. Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat een man aan de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) vroeg: “Wanneer zal het Uur aanbreken?” De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zei: “Wat heb je ervoor voorbereid?” De man zei: “Niet veel, behalve dat ik van Allah en Zijn profeet houd.” De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) zei: “Je zult met degenen zijn van wie je houdt.” Op dit punt verheugde de man zich en zei: “We zijn nooit zo blij geweest als toen wij dit hoorden. Ik houd van de profeet en Aboe Bakr en 'Oemar, en ik hoop dat ik vanwege mijn liefde voor hen bij hen zal zijn, hoewel mijn daden niet gelijk staan aan die van hen.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)

Een andere man ging naar de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) en zei: “O boodschapper van Allah! Ik houd meer van u dan van mijn familie en bezittingen. Wanneer ik in mijn huis aan u denk, kan ik niet wachten totdat ik naar u mag komen en naar u kan kijken. Maar als ik dan aan mijn dood denk en aan die van u, weet ik dat wanneer u het Paradijs binnen zult treden, u zich in een hoge rang zult bevinden bij de profeten. Als ik het binnen zal treden, ben ik bang dat ik u niet zal zien.” Degenen die oprecht van de profeet houden, kunnen zich het verdriet en de bezorgdheid van deze man voorstellen. Allah de Verhevene stelde Zijn dienaren niet teleur en openbaarde: “En wie Allah en de boodschapper gehoorzaamt: zij zijn met degenen van de profeten en de waarachtigen en de martelaren en de oprechten die Allah begunstigd heeft. Zij zijn de beste metgezellen!” [Overgeleverd door al-Boekhaarie.]

De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) had niet geantwoord totdat het vers neerdaalde. De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) riep de man en reciteerde het vers van deze goddelijke blijde tijding voor hem.

Wie houdt het meest van hem ?

Ook al reiken onze daden niet altijd tot de leerstellingen van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem), de ware gelovige moslims houden zelfs vandaag even intens van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) als onze voorgangers. Wat zouden wij niet bereid zijn om weg te geven om hem slechts een keer te kunnen ontmoeten? (Lees o.a. Stel je eens voor dat…!) Waarlijk, wat kan er voor degenen die van hem houden meer waard zijn dan zijn getuigenis en erkenning van onze liefde? Hij heeft gezegd: “Onder degenen die het meest van mij houden zijn degenen die na mij zullen komen; zij zouden zelfs hun familie en bezittingen weggeven, slechts in ruil om mij te kunnen zien.” (Overgeleverd door Moeslim.)

Hij heeft de waarheid gesproken, moge mijn vader en moeder voor hem geofferd worden!

Maar de liefde die zijn metgezellen voor hem bezaten kan door geen enkele liefde van alle mensen die na hen zijn gekomen, overtroffen worden. Het is iets wat niet met woorden beschreven kan worden. Laten we ons, om onszelf slechts een idee te geven van wat hun liefde betekende, het incident herinneren waarbij de boodschapper (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) kwetsbaar werd en in een kuil viel, op de historische dag van Oeh'oed. Aboe Doedjannah bedekte hem met zijn hele lichaam uit vrees dat een pijl hem zou raken. Er is gezegd dat zijn rug, moge Allah tevreden over hem zijn, op die van een stekelvarken leek, door de vele pijlen waardoor het was geraakt.

Twee stadia van liefde voor de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem(

Geleerden als Ibn Radjab al-H'anbalie spreken over twee stadia van liefde voor de boodschapper van Allah (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem). In het eerste stadium komt de liefde voor de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) essentieel voort uit iemands geloof in Allah de Verhevene en uit de acceptatie van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) als Zijn boodschapper. Iedereen die in Allah Ta'aala gelooft moet Zijn boodschapper en zijn leerstellingen met liefde, respect en onderwerping ontvangen, en alles verwerpen wat zijn gezaghebbende leerstellingen tegenspreekt.

De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) heeft gezegd: “Mijn hele natie zal het Paradijs binnentreden, behalve degenen die weigeren.” Toen er werd gevraagd wie er weigeren, zei hij: “Degene die mij gehoorzaamt, zal het Paradijs binnentreden, en degene die mij ongehoorzaam is, heeft geweigerd.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie.)

Allah de Verhevene zegt: “En het past een gelovige man en een gelovige vrouw niet, wanneer Allah en Zijn boodschapper een zaak hebben besloten, om een andere keuze te maken in hun zaak. En wie Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzaamt: waarlijk, hij verkeert in duidelijke dwaling.” [Soerat al-Ah'zaab (33), aayah 36.]

Een hoger stadium van geloof wordt bereikt wanneer men diepgaande kennis over de leerstellingen van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) nastreeft, zowel spiritueel als in woord, inwendig en uitwendig, en wanneer zijn of haar liefde voor de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) een krachtige drijfveer wordt om een voorbeeld van de deugdzaamheden van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) te zijn. Degenen die gezegend zijn met dit hogere stadium van geloof ervaren een intense liefde voor de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem). Hun harten sidderen wanneer zijn naam genoemd wordt en hun tongen voelen de noodzaak om Allah's zegeningen te zoeken voor hun geliefde in zo een mate dat zij constant in beslag genomen zijn door het gedenken van Allah Ta'aala en het vervullen van een voorbeeldfunctie voor de deugdzaamheden van de profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem).

Previous article Next article